Klant aan het woord: Optimale bewaring en bolbehandeling voor tulpen en lelies
19 jun. 2026CNB, de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale, is toonaangevend op het gebied van aan- en verkoopbemiddeling van bloembollen en gespecialiseerd in het koelen, prepareren en conditioneren ervan. Met ruim 125 jaar ervaring en het predicaat ‘Koninklijk’ op zak is CNB allesbehalve een onbekende in de sector. We spraken met teeltadviseur Yorick van Leeuwen van CNB en Marco Jonkman, Accountmanager Bloembollen bij Agrifirm-GMN, over bewaarmethoden en behandelingen voor tulpen en lelies die de kwaliteit en houdbaarheid bevorderen.
“In Lisse is ons hoofdkantoor gevestigd”, vertelt Yorick. “Dit is het hart van onze bemiddeling tussen kopende en verkopende partijen van diverse bloem- en plantgewassen. Daarnaast hebben we in Bovenkarspel een vestiging waar onze klanten terecht kunnen voor het behandelen en bewaren van lelies en tulpen. Hier beschikken we over ruim 120 bewaarcellen en een totaaloppervlakte van 5,5 hectare om het hele proces van verpakken, ontsmetten, prepareren en bewaren uit te voeren.” Voor de beste broei- en teeltresultaten biedt CNB diverse bewaarmethoden, zoals ULO-bewaring en de gepatenteerde UltraMist-bewaring.
Yorick: “De manier van bewaren is essentieel voor de houdbaarheid en kwaliteit van het product, maar ook de bolbehandeling speelt hierin een belangrijke rol. Zo passen wij bijvoorbeeld CATT (Controlled Atmosphere Temperature Treatment) toe, waarmee tulpengalmijt met slechts één behandeling kan worden bestreden. Met name ULO-bewaring en CATT-behandelingen vereisen strikte protocollen en veiligheidsmaatregelen. Daar zijn wij volledig op ingericht.”
UltraMist-bewaring
Bij deze bewaringsmethode wordt gebruikgemaakt van een zeer fijne waternevel, de zogeheten ultramist, om de luchtvochtigheid in de bewaarcel uiterst nauwkeurig te regelen. Zo worden de bollen gelijkmatig bevochtigd zonder dat ze te nat worden. “Hiermee voorkom je uitdroging”, zegt Yorick. “Het voordeel voor (ijs)tulpen is dat deze niet langer per pallet hoeven te worden ingeseald om de juiste vochtbalans te behouden. Ook hoeven de bollen minder diep te worden ingevroren en zorgt de gelijkmatigere temperatuurverdeling in de cel ervoor dat de tulpen ook gelijkmatiger in de kas of op het veld in bloei komen. Voor de lelies geldt dat bewaring zonder finpeat mogelijk is, zonder dat de bollen uitdrogen. Een bijkomend voordeel is dat we hierdoor tussen de 20 en 30% meer bollen in een leliekrat kunnen bewaren, wat een mooie kostenbesparing oplevert.”
ULO-bewaring
ULO staat voor ‘Ultra Low Oxygen’. Het is een bewaarmethode waarbij de bollen in gasdichte cellen worden bewaard en de hoeveelheid zuurstof in die cellen wordt teruggebracht tot onder de 1%. Yorick licht toe: “Dit zorgt ervoor dat bolreserves minder worden aangesproken, waardoor je het product dus langer kunt bewaren en wat bij broei ten goede komt aan de steelkwaliteit. Vooral bij lelies zie je hierin grote verschillen vergeleken met reguliere bewaarvormen. Deze bollen kun je aanzienlijk langer bewaren en de kwaliteit is significant beter. Zo zal de steel een betere knopbezetting hebben. Je kunt rekenen op minimaal één knop extra.” Marco vult aan: “Ook zie je dat ULO-bewaarde producten wat langzamer groeien. Dit heeft vooral een voordeel bij export naar warme landen, wat met leliebollen vaak gebeurt. Wanneer een plant door de warme omstandigheden te snel boven de grond komt, is deze kwetsbaar. Door de trage start van ULObewaarde bollen ontwikkelt de lelie eerst een sterk wortelstelsel, waardoor deze beter water en voedingsstoffen op kan nemen en daarmee weerbaarder is tegen stress, zoals hitte of droogte.”
CATT-behandeling tegen tulpengalmijt
Sommige tulpentelers zullen opgelucht ademhalen, want er is een tijdelijke vrijstelling afgekondigd voor het gebruik van het middel Movento in de tulpenteelt. “Het mag nog één seizoen worden toegepast, maar het is beter om vooruit te kijken naar andere oplossingen voor het galmijtprobleem”, zegt Marco. “Dat is zeker waar”, bevestigt Yorick. “Gelukkig zijn er al andere manieren om tulpengalmijt te bestrijden. Zo voeren wij CATT-behandelingen uit waarmee in één keer zowel de larven als de eitjes worden gedood. Dit in tegenstelling tot een ULObehandeling, waarbij een herhaling na 10 dagen nodig is om ook de eitjes aan te pakken. Bij een CATT-behandeling worden de tulpenbollen 48 uur aaneengesloten in een gasdichte cel geplaatst. Eerst wordt het zuurstofgehalte in de cel verlaagd door stikstofgas in te blazen. Deze stikstof wordt uit de buitenlucht onttrokken en door compressoren met koolstoffilters gezuiverd tot bijna pure stikstof. Hierdoor daalt het zuurstofniveau van de gebruikelijke 20,9% naar ongeveer 4%. Daarna wordt CO2 afkomstig uit biovergisting toegevoegd, waardoor het zuurstofgehalte verder zakt tot onder de 1% en het CO2-gehalte stijgt tot ongeveer 75%. Hierdoor zullen uiteindelijk de larven én de eitjes afsterven.”
Ethyleenschade voorkomen
Bij CATT-behandelingen is waargenomen dat, na het sluiten van de deuren en het terugbrengen van het zuurstofgehalte, de ethyleenwaarde toeneemt. Yorick vertelt: “Ethyleenschade in je product wil je natuurlijk voorkomen, want dat kan zomaar 10% van je steelgewicht kosten en onder meer zorgen voor bloemverdroging of verklistering. Daarom passen wij het gasvormige middel EthylBloc toe tijdens onze CATT-behandelingen. Na een paar uur brengen we EthylBloc in de cel, zodat het daadwerkelijk in de cel behouden blijft en niet met het verversen van de lucht verdwijnt. Door dit middel toe te passen, worden de ethyleenreceptoren in de bollen tijdelijk als het ware uitgeschakeld, waardoor ethyleenschade wordt voorkomen en de kwaliteit behouden blijft. Het is weliswaar maar een kort proces, maar in korte tijd kan een hoge ethyleenpiek behoorlijk wat schade aanrichten. Toepassing van EthylBloc is wat mij betreft dan ook zowel bij een CATT- als een ULO-behandeling onmisbaar.”
Dit artikel komt uit de Bol & Teelt jaargang 5, uitgave 2 in 2026.