Klant aan het woord: Hart voor de toekomst
25 jun. 2025Sinds 1962 is Van den Boomen Bloembollen, in het Oost-Brabantse Boekel, actief als gladiolenteler. Peter van den Boomen is de tweede generatie. Vooral de laatste jaren ziet hij de noodzaak om met zijn bedrijf verder te verduurzamen. De omgeving wordt kritischer en steeds meer belangrijke middelen zijn niet meer of slechts beperkt beschikbaar. Henk Ritter is zijn adviseur en samen in de kantine van het bedrijf bespreken we een aantal belangrijke ontwikkelingen.
“Het was voor gladiolentelers geen gemakkelijke tijd toen ik in 1988 van school kwam en in het bedrijf begon. De jaren daarvoor waren wel goed, maar juist in die tijd begon een wat mindere periode. Mede hierdoor gingen mijn vader en ik ook experimenteren met andere teelten. Onder andere freesia, tulp en ook lelies op contract”, zo vertelt Peter van den Boomen. “Maar bij de contractteelten miste ik het eigenaarschap. En uiteindelijk is de teelt van gladiolen dat wat ik het allerliefste doe.”
Druk van buitenaf
Peter merkt tegenwoordig dat er van buitenaf steeds kritischer naar de bollenteelt wordt gekeken. “Ik word daarop aangesproken en hierdoor ben ik me ook steeds meer bewust geworden dat we moeten verduurzamen. Tegelijkertijd vind ik de discussie vaak wel heel erg gekleurd. Veel mensen weten niet dat we in de teelt van gladiolen minder dan de helft van de werkzame stof gebruiken, vergeleken met aardappelen. Juist die informatie vindt de gemiddelde burger niet in de media. En men weet ook niet dat de branche zich breed inzet om minder afhankelijk te worden van chemische gewasbeschermingsmiddelen.”
De juiste grond vinden
Voor de gladiolenteler is het vinden van de juiste percelen misschien wel de grootste uitdaging. Henk Ritter (adviseur): “Vroeger was de gladiolenteelt in met name het noorden van Limburg enorm. Dat is grotendeels verdwenen, mede door onvoldoende beschikbaarheid van verse grond.” Peter herkent dit: “Het is voor mij een enorme uitdaging om elk jaar geschikte percelen te vinden. En daarbij is het belangrijk dat ik zicht heb op de historie van die percelen. Zo huurde ik vorig jaar een perceel waarvan bleek dat er ca. 60(!) jaar geleden gladiolen stonden. En toch had ik schade door droogrot (Stromatinia gladioli).”
Ritnaalden met Lalguard bestrijden
Een van de grootste problemen zijn ritnaalden die naast vreetschade, secundair scab veroorzaken. Het is heel ingewikkeld om te kunnen voorspellen wanneer er mogelijk schade kan optreden. Peter: weer toepassen op 6 ha; op percelen waar ik mogelijk schade kan verwachten.” Henk sluit daarop aan: “Vorig jaar was het nat tijdens het planten, nu is het tegenovergesteld. Dat kan impact hebben op de werking. Dat volgen we natuurlijk op de voet.” Trips bestrijden met Orius en Lobularia “We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met knoflookproducten. En vorig jaar kwam Henk met het voorstel om het middel Lalguard M52 te testen.” Henk: “Dit is een schimmelpreparaat (Metarhizum brunneum) dat inmiddels al enkele jaren beschikbaar is. Het heeft nu ook een toelating in gladiolen. De schimmel parasiteert op de ritnaald en maakt deze zo onschadelijk. Vorig jaar was de inzet zeer succesvol”. Peter sluit daarop aan: “We zagen verschimmelde ritnaalden en we hadden geen schade. Ik ga het dit jaar weer toepassen op 6 ha; op percelen waar ik mogelijk schade kan verwachten.” Henk sluit daarop aan: “Vorig jaar was het nat tijdens het planten, nu is het tegenovergesteld. Dat kan impact hebben op de werking. Dat volgen we natuurlijk op de voet.”
Trips bestrijden met Orius en Lobularia
De bestrijding van trips met de bekende middelen is niet of nauwelijks meer mogelijk. Ook daar is het nodig om op zoek te gaan naar alternatieven. Dit jaar gaat Peter van den Boomen voor het eerst ervaring opdoen met Orius majusculus roofwantsen. Adviseur Henk Ritter daarover: “Roofwantsen worden al jaren ingezet in de bedekte teelt. Dat gaat heel goed. Maar in open teelten heb je andere uitdagingen. In prei hebben we daar al ervaring mee opgedaan. Door tussen de prei Lobularia te planten. Dit is een plant waar de roofwants graag op bivakkeert, waar hij nectar kan vinden en zich kan voortplanten. Deze waardplant moet er dus voor zorgen dat de roofwants niet vertrekt.” Peter: “We gaan het dit jaar op één perceel van 5 ha testen. Op 2 ha gaan we gebruik maken van de roofwants. Het bedrijf Koppert die daar veel ervaring in heeft, gaat ons daarbij helpen. Tussen elke 9 bedden komt een rij met Lobularia te staan. Hierop worden in twee rondes per keer tienduizend roofwantsen verspreid. Ik heb uitgerekend dat ons dat slechts 1,4 procent aan ruimte kost. Op de overige 3 ha gaan we de bestrijding op gangbare wijze uitvoeren. Het is natuurlijk van groot belang dat we voorkomen dat er insecticiden op het deel met roofwantsen terechtkomen.”
Toekomst bollenteelt
Peter van den Boomen ziet de teelt snel veranderen. “We zijn nu best breed bezig met verschillende nieuwe producen. Bijvoorbeeld ook in de vuurbestrijding waar we gebruik maken van een combinatie van chemische en groene producten. Vaak zijn de biologische oplossingen duurder dan de gangbare. En het vraagt meer kennis en goede inzichten. Maar ik ben er de afgelopen jaren van overtuigd geraakt dat het noodzakelijk is om te investeren in nieuwe methodes om ziekten en plagen voldoende te beheersen. Om zo de toekomst van onze prachtige sector veilig te stellen.”
Peter van den BoomenDe vader van Peter teelde al gladiolen in Bakel op een gemengd bedrijf dat door zijn vaders broer werd overgenomen. In 1962 begon hij daarom zijn eigen bedrijf in Boekel. Toen nog heel kleinschalig met enkele hectares. In 1977 werd er een nieuwe schuur gebouwd. Van ongeveer 12 ha in die tijd is het areaal toegenomen tot circa 35 hectare. |