Virusbeperking in bloembollen

05 jun. 2024

In de bloembollenteelt is virusbeperking van essentieel belang voor een gezonde oogst. Het vinden van de juiste balans tussen rendabiliteit, effectiviteit en duurzaamheid is daarbij cruciaal. In dit artikel neemt teeltspecialist Arjo van den Berg ons mee in de actualiteiten en ontwikkelingen in de virusbeheersing

In bloembollen hebben we te maken met verschillende virussen. De meeste virussen worden overgedragen door luizen. Doordat er in bloembollen veel stuks op een hectare staan, zijn er bij een laag percentage virus toch veel stuks aanwezig op een perceel. De grootste virusbron zit vaak in de partij zelf. Bij tulp is het proces van zaailing naar leverbare partij zo lang, dat het vrijwel onhaalbaar is om de partij virusvrij te houden. In de lelie- en callateelt zit dat net weer wat anders. Doordat hier gestart wordt met weefselkweek, is de partij in principe schoon. Zodra de partij buiten geteeld wordt, verandert dit. Het is dan zaak het gehalte virus zo lang mogelijk laag te houden zodat het ‘onder controle’ blijft.

De eerste stap tegen virusverspreiding

Hoewel virusvrij telen eerder een uitzondering is dan regel, is het belangrijk om de hoeveelheid virus binnen een partij zo veel mogelijk te beheersen. In tulp betekent dit dus zo vroeg mogelijk selecteren en de besmette planten verwijderen. Hoe lager de hoeveelheid virus binnen een partij, des te kleiner de kans op verspreiding is. Als het gaat om TVX in tulpen of PLAMV in lelies, is het zaak om zo min mogelijk mechanische verspreiding te veroorzaken. Tijdens het koppen van tulpen en rooien van de bollen ontstaat mechanische schade. Deze productbehandelingen zijn daarom een potentiële bron voor virusverspreiding. Werk daarom onder de juiste omstandigheden en zo hygiënisch mogelijk. Het koppen tijdens regen kan bijvoorbeeld voor extra verspreiding zorgen en ook het werken met een schone verwerkingslijn die minder beschadigt, helpt.

511fc525-05ec-4c78-a810-ead123bc0923.png

Middelenkeuze virusbeheersing

In de tulpenteelt zijn pyrethroïden nog steeds de basis om verspreiding van virus te beperken. Pyrethroïden lossen het probleem niet op, maar door ze op de juiste manier toe te passen, valt er zeker winst mee te behalen. Door aanvullend ook systemische middelen, en waar het kan eventueel ook minerale olie in te zetten, kan de werking van pyrethroïden worden ondersteund.

In lelies is minerale olie de basis voor de virusbeperking. Bedenk dat het weer en teeltmaatregelen van invloed zijn op de duurwerking van de minerale olie. Door hier scherp op te zijn en op tijd te schakelen lukt het om partijen zo lang mogelijk virusarm te houden. Spuit bijvoorbeeld niet bij veel instraling en doe dit zoveel mogelijk ‘s avonds. Komt er slecht weer aan? Verkort dan het interval en loop niet het risico dat door weersomstandigheden het interval te groot wordt.

Emissiebeperkende maatregelen

De inzet van insecticiden ligt milieutechnisch onder een vergrootglas. De restricties met betrekking tot driftreductie, het verminderd aantal toepassingen en de dosering maken het lastiger om een gesloten schema te maken. Mede hierdoor zijn we op zoek naar producten om de virusverspreiding zoveel mogelijk tegen te gaan.

  • We onderzoeken UV-blockers die bijdragen aan meer duurwerking. Eén van de nadelige eigenschappen van de inzet van pyrethroïden is immers dat ze makkelijk afbreken door UV-licht.
  • Natuurlijk doen we ook onderzoek naar verschillende nieuwe producten, vaak op basis van kruiden. Met als doel dat de plant voor luizen minder aantrekkelijk is.
  • Verder zit er een aantal groene producten aan te komen die een contactwerking hebben op insecten.

Tot slot nog dit. Aangezien we vooral hebben te maken met vliegende insecten die de percelen ‘bezoeken’, is het juiste moment van toepassing enorm belangrijk. Hou hierin rekening met de weersomstandigheden en het moment wanneer u spuit. Dit geldt voor de huidige middelen maar nog meer voor nieuwe middelen.

Dit artikel komt uit 'Bol&Teelt', het magazine voor leden van de coöperatie. Meermaals per jaar ontvangen de leden van de coöperatie het magazine met inspiratie en voorbeelden op het gebied van coöperatief, innovatief en duurzaam ondernemen in de bollenteelt.