Onderzoek naar de teelt van morgen

23 okt. 2026

Expertisecentrum Bloembollenteelt

Waar veel mensen alleen het eindresultaat van onderzoek zien, staat Roos de Wit midden in het proces. Als projectleider bij Expertisecentrum Bloembollenteelt brengt ze een groot deel van haar tijd door op proeflocaties verspreid over Nederland. Van Voorhout en Breezand tot praktijkproeven bij telers en onderzoekslocaties elders in het land. Daar voert ze behandelingen uit, beoordeelt ze gewassen en legt ze vast wat er tijdens het seizoen gebeurt. “Je kijkt voortdurend naar verschillen”, vertelt Roos. “Niet alleen naar aantasting of opbrengst, maar ook naar hoe een gewas groeit, hoe het eruitziet en hoe het reageert op verschillende behandelingen.” Juist dat maakt haar werk volgens haar zo interessant. Achter elk proefveld zit een onderzoeksvraag. Soms gaat het om ziekte- of onkruidbeheersing, soms om gewasvitaliteit of nieuwe teeltmethoden. Alles met hetzelfde doel: kennis ontwikkelen die telers helpt bij toekomstige uitdagingen.

Op zoek naar alternatieven

Die uitdagingen veranderen snel. Het beschikbare middelenpakket wordt kleiner en daardoor groeit de behoefte aan nieuwe oplossingen. Dat ziet Roos ook terug in de onderzoeken van de afgelopen jaren. “Toen ik begon, waren veel proeven gericht op traditionele gewasbeschermingsmiddelen. Tegenwoordig werken we voor het grootste deel met biostimulanten en producten op basis van natuurlijke componenten.” In de proeven wordt onder meer gewerkt met producten op basis van schimmels, bacteriën en bladmeststoffen. Daarbij kijken onderzoekers niet alleen naar de uiteindelijke opbrengst, maar vooral ook naar de ontwikkeling van het gewas tijdens het seizoen. “We beoordelen alles wat opvalt. Hoe ontwikkelt een gewas zich? Blijft het vitaal? Zijn er verschillen zichtbaar in bladkwaliteit of wortelontwikkeling? Dat zijn allemaal zaken die je meeweegt.”

Verschillen die zichtbaar zijn

Tijdens de beoordelingen ziet Roos regelmatig verschillen tussen objecten. Vooral bij proeven met siliciumproducten ziet ze opvallende effecten in het gewas. “Bij sommige objecten zie je dat het gewas langer groen en vitaal blijft. Daarnaast voelen de bladeren vaak steviger aan. Dat zijn verschillen die je letterlijk kunt zien én voelen wanneer je door een proefveld loopt.”
Een steviger blad kan bijdragen aan een weerbaarder gewas. De bladeren zijn fysiek harder en daardoor minder gemakkelijk indringbaar. Volgens Roos zijn dat precies de eigenschappen die
interessant zijn om verder te onderzoeken. “Bij sommige objecten zie je gedurende het seizoen duidelijke verschillen ontstaan”, zegt Roos. “Dan valt bijvoorbeeld op dat een gewas langer vitaal blijft of een sterkere gewasstand behoudt. We hebben in lelie mooie verschillen gezien tussen de verschillende bladmeststoffen, Turan gaf daar bijvoorbeeld een mooi positief verschil. Daar was goed te zien dat sommige producten voor meer vitaliteit zorgden, wat zichtbaar was aan een groener gewas.”

Interessante ontwikkelingen

Binnen de proeven komen verschillende groene productgroepen voorbij. Zo wordt onder andere gewerkt met bladmeststoffen en producten op basis van nuttige Trichoderma-schimmels. Volgens Roos vallen juist die laatste groepen steeds vaker op in onderzoeken. “Producten op basis van schimmels en bacteriën vormen een interessante ontwikkeling. Ze zijn bedoeld om de interactie
rond de wortel te ondersteunen en passen goed binnen de zoektocht naar duurzamere teeltsystemen.” Roos ziet ze dat dergelijke toepassingen regelmatig positief uit de beoordelingen komen. “Er zitten objecten tussen die verrassend goed meekomen. Dat maakt ze interessant voor vervolgonderzoek.” Daarmee ontstaat volgens haar een steeds breder pakket aan mogelijkheden voor de toekomst. Niet als vervanging van alle bestaande oplossingen, maar als waardevolle aanvulling binnen een veranderende sector.


Dicht bij de praktijk

Het werk van Roos draait uiteindelijk om meer dan cijfers alleen. Door wekelijks in de gewassen aanwezig te zijn, ontdekt ze vaak al in een vroeg stadium ontwikkelingen die later belangrijk blijken te zijn. Soms gaat het om een zichtbaar vitaler gewas. Soms om steviger blad of een betere gewasstand. En soms juist om een reactie die laat zien dat een product in de praktijk minder geschikt is. Ook dat levert waardevolle informatie op. “Je probeert steeds te begrijpen waarom een verschil ontstaat. Dat begint vaak gewoon met goed kijken.” Juist die combinatie van praktijkwerk en onderzoek maakt haar werk zo boeiend. Met de toenemende aandacht voor groene oplossingen verwacht Roos dat er de komende jaren nog veel te ontdekken valt. “De ontwikkeling gaat snel. Dat zie je terug in de producten die worden getest, maar vooral in de vragen die vanuit de praktijk komen. Dat maakt het onderzoek iedere keer weer interessant.”

Dit artikel komt uit de Bol & Teelt 2026, uitgave 3. 

Gerelateerde artikelen

24 sep. 2026

Expertisecentrum Bloembollenteelt: Gericht sturen op de teelt van morgen

Hoe ziet de bloembollenteelt van morgen eruit? Op de proefvelden van het Expertisecentrum Bloembollenteelt wordt gewerkt aan praktische oplossingen voor actuele uitdagingen. Van virusbeheersing en Botrytis tot onkruidbestrijding en stikstofefficiëntie.

27 mrt. 2026

Expertisecentrum Bloembollenteelt: Onderzoek dat richting geeft

Het Expertisecentrum Bloembollenteelt biedt toepasbare kennis via onderzoek naar ziektes, gewasbescherming en duurzame teeltmethoden.

10 okt. 2024

Expertisecentrum Bloembollenteelt: Onmisbaar voor de bloembollenteelt

In de Bol&Teelt wordt regelmatig het Expertisecentrum Bloembollenteelt genoemd. Dat ligt voor de hand. Want veel nieuwe toepassingen en toelatingen komen voort uit onderzoek van dit onderzoeksplatform van Agrifirm-GMN. In dit nummer vertellen Peter Klaver (manager) en T hijs Wester (research specialist) over het belang van het Expertisecentrum en over de resultaten die er worden geboekt.