Expertisecentrum Bloembollenteelt: Onderzoek dat richting geeft
27 mrt. 2026In een sector die snel verandert door het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen, klimaatverandering, ziektedruk en aangescherpte wet- en regelgeving rondom emissies, is een betrouwbare bron van kennis onmisbaar. Dat is precies waarom het Expertisecentrum Bloembollenteelt bestaat, laat manager Peter Klaver weten. In dit artikel vertelt hij hoe jarenlang praktijkgericht onderzoek, onafhankelijke proeven en nauwe samenwerking met sectorpartners en telers kennis opleveren die direct toepasbaar is in het veld.
119 Proeven
Lopend door de proeftuin in Breezand is het moeilijk voor te stellen hoeveel proeven het Expertisecentrum Bloembollenteelt jaarlijks uitvoert. “Over de omvang verbaas ik mezelf telkens
weer”, vertelt Peter Klaver. “In 2025 deden we 119 onderzoeken. Als onafhankelijk instituut doen we onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen, biostimulanten en bemesting. Daarnaast voeren we toelatingsonderzoek voor fabrikanten uit, doen we proeven voor Agrifirm en is ook participatie-onderzoek een belangrijk onderdeel van ons werk. In een participatieonderzoek nemen we middelen en maatregelen van meerdere toeleveranciers, fabrikanten, Agrifim-GMN en ketenpartijen mee. Op deze manier kunnen we goed vergelijken hoe het gewas presteert onder verschillende omstandigheden: wanneer het onbehandeld is, wanneer een standaardbehandeling is uitgevoerd en wanneer een product van een externe partij erop toegepast is. Vorig jaar resulteerde dit in 904 verschillende behandelingen, wat neerkomt op ongeveer 2.500 verschillende veldjes. Dat is enorm veel en benadrukt het belang van onderzoek in de bloembollenteelt.”
Thema's van onderzoek
Het Expertisecentrum Bloembollenteelt doet doorlopend onderzoek naar een aantal terugkerende thema’s: de schimmelziektes Fusarium en Botrytis (vuur), virusdruk, Rhizoctonia en onkruid. “Deze problemen steken steeds weer de kop op, bijvoorbeeld door klimaatverandering of het wegvallen van middelen”, zegt Peter. Hij vervolgt: “Maar ook zonder die factoren blijven ze relevant, omdat de natuur zich aanpast. Middelen die eerst heel effectief waren, kunnen later minder goed werken. Dit horen we ook terug van de teeltadviseurs, onze ogen en oren in het veld. Daarom zoeken we voortdurend naar nieuwe oplossingen en toepassingen om deze uitdagingen in de teelt duurzaam en effectief aan te pakken. We doen dit via verschillende onderzoeken, waaronder grootschalige participatieproeven op het gebied van vuurbestrijding, virusbeheersing en galmijt. Dit zijn momenteel onze belangrijkste onderwerpen van onderzoek.”
Dicht bij de praktijk
In de proeven wordt niet alleen onderzocht of een middel of methode werkt, maar ook gekeken naar factoren zoals het juiste toepassingstijdstip en de frequentie, milieu-impact en mogelijke schade aan het gewas. “Ons streven is om een proef meerjarig uit te voeren”, vertelt Peter. “Pas dan kun je een goed en betrouwbaar beeld krijgen. Geen seizoen is immers hetzelfde: natte of droge voorjaren, andere ziektedruk, meer of minder onkruid. We proberen altijd zo dicht mogelijk bij de praktijk te staan én te zoeken naar een groener schema met lagere milieubelasting. We kijken bijvoorbeeld wat het effect is als je de frequentie van je behandeling verlaagt, of wanneer je minder van het middel per keer toepast. Ook onderzoeken we of het mogelijk is om de toepassing gerichter in te zetten. Zo werken we in de Botrytis- en virusproef met een voorspellingsmodule waarmee we onder andere proberen de luizenvlucht in kaart te brengen. Op basis daarvan wordt voorspeld wanneer een hoge luizendruk verwacht wordt. Je kunt hier dan gericht op anticiperen door op het juiste moment je middelen in te zetten. Telers kunnen ook zelf gebruikmaken van deze module.”