Regionale verschillen bij Parkinson: wat betekent dit voor teeltgebieden en omwonenden?
27 jan. 2026Als Agrifirm‑GMN volgen we ontwikkelingen rond gezondheid en leefomgeving nauwgezet, zeker in sectoren waar gewasbescherming een rol speelt, zoals de bloembollenteelt. Recent publiceerden Universiteit Utrecht en RadboudUMC een landelijke analyse (2017–2022) naar nieuwe diagnoses en de regionale spreiding van Parkinson. De studie laat regionale en demografische verschillen zien, maar geen aanwijzing dat Parkinson vaker voorkomt in landbouwgebieden, waaronder ook de bollenregio’s. Dit vraagt om nuance en om vervolgonderzoek.
Wat laat het nieuwe onderzoek zien?
- Het aantal nieuwe diagnoses per jaar blijft landelijk stabiel (gemiddeld 3.724 tussen 2017–2022).
- Parkinson komt in sommige regio’s meer voor dan in andere, maar die verspreiding valt niet samen met bekende omgevingsfactoren zoals landbouwgebieden of luchtvervuiling.
- Dat betekent dat bollenregio’s niet als gebieden met een hoger risico naar voren komen in de kaart.
Voor de bloembollenteelt, die regelmatig onderwerp van maatschappelijke discussie is, is dit een belangrijk signaal: de regionale verschillen in Parkinson kunnen niet verklaard worden door een simpele koppeling aan teeltgebieden of aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Boeren, omwonenden en de bollenregio’s
Eerder internationaal onderzoek laat zien dat beroepsmatige blootstelling aan bepaalde pesticiden het risico op parkinson kan verhogen. Dat gaat vooral om mensen die er intensief en langdurig mee werken, zoals telers. Voor omwonenden geven internationale studies voorzichtige aanwijzingen voor een mogelijk verhoogd risico, maar in Nederland is hiervoor geen duidelijk bewijs gevonden.
Dit is relevant voor de bollenstreek, waar zowel teeltintensiteit als discussie rondom blootstelling hoog is. Het huidige Nederlandse onderzoek laat echter géén verhoogd risico zien in deze regio’s.
Vervolgonderzoek: preciezere inzichten voor de toekomst
De onderzoekers benadrukken dat dit landelijke onderzoek vooral een startpunt is. Nieuwe studies, zoals OBO2 en het PD‑PEST‑onderzoek, kijken op individueel niveau, inclusief woonhistorie en historische blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Deze aanpak is nodig om betrouwbaarder te kunnen bepalen welke factoren echt bijdragen aan risico’s.
Voor een sector als de bloembollenteelt is dat waardevol: we krijgen beter zicht op waar in de keten risico’s kunnen ontstaan, en waar juist niet.
Wat betekent dit voor Agrifirm‑GMN en onze ketenpartners?
Voor Agrifirm‑GMN bevestigen deze inzichten het belang van:
- zorgvuldig en feitelijk communiceren over gewasbescherming en risico’s;
- het stimuleren van driftreductie, veilig gebruik en innovatie binnen de teelt;
- open dialoog met omwonenden en ketenpartners;
- het volgen en ondersteunen van wetenschappelijk vervolgonderzoek.
We blijven vanuit onze rol bijdragen aan een transparante, duurzame en veilige bloembollenteelt, gebaseerd op feiten en voortschrijdend inzicht.
Bronnen
- Nieuwsbericht Universiteit Utrecht: Onderzoek onthult regionale en demografische verschillen in Parkinson in Nederland - Nieuws - Universiteit Utrecht
- Nieuwsbericht Radboudumc: Onderzoek onthult regionale en demografische verschillen in parkinson in Nederland - Radboudumc