Omgevingswet zet druk op teeltpraktijk
21 jun. 2026Lambert Polinder woont op de Veluwe, vlak bij Natura 2000-gebieden. Hij geniet ervan, maar weet als omgevingsjurist bij Agrifirm Exlan als geen ander welke uitdagingen hieraan voor telers verbonden zijn. En dit is nog maar één van de vraagstukken die in de praktijk de nodige kopzorgen opleveren. In dit artikel neemt hij u mee langs twee belangrijke thema’s die direct raken aan de Omgevingswet en geeft hij advies over hoe u hier als teler het beste mee om kunt gaan.
Thema 1: regulering via het omgevingsplan
Op grond van de Omgevingswet, die in januari 2024 in werking is getreden, moeten gemeenten en provincies uiterlijk in 2030 een omgevingsvisie en omgevingsplan hebben opgesteld. Lambert licht toe: “In de omgevingsvisie worden de beleidsdoelen en de ambities opgenomen, terwijl in het omgevingsplan de daadwerkelijke regels worden vastgelegd om deze doelen te realiseren. Per gebied wordt bepaald hoe met de gronden moet worden omgegaan en welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan. Je ziet dat de gemeentelijke en provinciale politiek in dit kader bepaalde zaken kritisch onder de loep neemt. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een thema dat ook regelmatig door milieuactivisten wordt aangehaald. Door de Omgevingswet hebben gemeenten en provincies nu een krachtig instrument om hierop te acteren. Dit kan leiden tot scherpere lokale eisen, aanvullend op het landelijke en Europese beleid. Het gaat daarbij niet zozeer om een verbod op een bepaald middel, maar om de mogelijkheid om te besluiten dat specifieke gronden niet gebruikt mogen worden voor een bepaalde teelt, of dat er geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.”
Advies aan de teler
Bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen is een participatietraject een vast onderdeel van de procedure. “Dit geeft stakeholders de gelegenheid om mee te praten over hoe precies invulling aan deze visies en plannen moet worden gegeven. Een uitnodiging hiervoor wordt vaak gepubliceerd op een overheidswebsite. Het is raadzaam om dit zelf actief in de gaten te houden”, legt Lambert uit. Hij vervolgt: “Je ziet dat milieuactivisten in participatieprocessen vaak goed vertegenwoordigd zijn. Als je op zo’n moment niet aan tafel zit, worden beslissingen voor en over jou genomen. Zorg dus dat je op de hoogte bent van wat er in jouw gemeente en provincie speelt en laat je stem horen. Wil je dit liever niet zelf doen, benader dan bijvoorbeeld een belangenorganisatie of laat je door iemand anders vertegenwoordigen. Zorg er in ieder geval voor dat je als teler gezien en gehoord wordt. Anders kan het zomaar gebeuren dat je wordt verrast door een omgevingsplan waarin staat dat je geen sierteelt meer mag uitoefenen.”
Thema 2: handhaving op grond van natuurwetgeving
Binnen de Omgevingswet blijven gebiedsbescherming en de stikstofproblematiek actueel. De habitatrichtlijn is gericht op het waarborgen van de biodiversiteit in de Europese Unie en verplicht alle lidstaten om hiervoor beschermde zones aan te wijzen, beter bekend als Natura 2000-gebieden. “De habitatrichtlijn houdt in dat overheden geen activiteiten mogen toestaan waarvan zij niet met zekerheid kunnen aantonen dat deze geen negatieve effecten hebben op Natura 2000 gebieden”, zegt Lambert. “Kijk je naar de kaart van Nederland, dan zie je een lappendeken van deze gebieden. Vrijwel nergens in Nederland ben je er meer dan 25 kilometer van verwijderd. Daardoor heeft ongeveer heel ons land te maken met stikstofregelgeving, omdat is bepaald dat effecten zich tot 25 kilometer afstand kunnen voordoen. Voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zitten we nog midden in de discussie. Er is nog geen betrouwbare methode waarmee je kunt aantonen dat het gewasbeschermingsmiddel op jouw perceel niet in een Natura 2000-gebied terechtkomt, of dat de concentraties die daar eventueel wel belanden niet schadelijk zijn. Dit terwijl het voorzorgsbeginsel van kracht is: wanneer onzeker is wat de gevolgen van een activiteit zijn voor een Natura 2000-gebied maar er wel aanwijzingen zijn voor mogelijke negatieve effecten, is nader onderzoek nodig. Blijft ook na dat onderzoek het bewijs uit, dan moet worden aangenomen dat een natuurvergunning vereist is.”
Advies aan de teler
Als je als teler verstrikt raakt in dergelijke handhavingsprocedures, zijn dat vaak kostbare trajecten. “Het is daarom verstandig om een goede rechtsbijstandverzekering af te sluiten, zodat je de juiste stappen kunt ondernemen”, zegt Lambert. “Schakel daarnaast een juridisch adviseur in die gespecialiseerd is in natuurbeschermingsrecht. Die kan je begeleiden in het proces en samen met jou een zienswijze opstellen en indienen. Wellicht ten overvloede, maar zorg er uiteraard in de basis voor dat je werkt volgens de geldende regels en richtlijnen, zodat het niet naleven ervan je nooit kan worden tegengeworpen.”
Dit artikel komt uit de Bol & Teelt jaargang 5, uitgave 2 in 2026.