Klant aan het woord: Aad Prins Leliecultures
02 okt. 2026Freddie Prins bouwt voort op bijna 90 jaar familiegeschiedenis
Bij binnenkomst bij Aad Prins Leliecultures in Breezand vertellen Freddie Prins en haar vader Aad over de geschiedenis van het familiebedrijf. De basis daarvan wordt gelegd in 1937. Tijdens een treinreis strandt Freddie’s overgrootvader in de Noordkop, waar hij besluit een woning met een stukje grond te kopen.
Wat begint als een gemengd agrarisch bedrijf met bloembollen, aardappelen en groenten groeit in de jaren daarna uit tot een gespecialiseerde onderneming in virusvrij uitgangsmateriaal. Aad bouwt het bedrijf verder uit en kiest eind jaren tachtig bewust voor een andere koers. “Mijn vader is hier in 1987 mee begonnen, toen het maken van lelieweefselkweek nog nieuw was”, vertelt Freddie.
Een plek veroveren
Dat Freddie uiteindelijk het bedrijf zou voortzetten, was niet vanzelfsprekend. Ze volgde een bedrijfskundige opleiding en werd als dochter niet automatisch gezien als de logische bedrijfsopvolger. Volgens haar zit daar ook een van de belangrijkste redenen waarom er nog relatief weinig vrouwelijke ondernemers in de bloembollensector zijn. “Het is te makkelijk om te zeggen dat vrouwen het niet kunnen of niet willen. Dochters worden vaak niet van jongs af aan opgevoed met het idee dat zij het bedrijf kunnen voortzetten. Daar ontstaat al een achterstand. Dat is geen onwil, maar zit in onze cultuur. Gelukkig zie je dat langzaam veranderen.” Toen zij de stap eenmaal zette, ervaarde ze vooral positieve reacties. “Ik herinner mij veel support. Zelf had ik wel het gevoel dat ik mij extra moest bewijzen. Maar of dat ook echt zo was, weet ik niet. Inmiddels ervaar ik veel vertrouwen.” Jarenlang kreeg ze dezelfde vraag. “’Vind je het wel leuk?’ Dat heb ik jarenlang gehoord, maar tegenwoordig kijkt niemand daar meer van op.”
Verrast door de teelt
Waar haar interesse aanvankelijk lag bij ondernemerschap en bedrijfskunde, ontdekte Freddie dat juist de teelt haar het meest fascineert. “Ik heb mezelf eigenlijk verrast in hoe leuk ik de teelt vind. Ik kan mij er echt in vastbijten.” Tijdens een rondgang door het bedrijf wordt duidelijk hoe specialistisch het werk is. Voordat de kas wordt betreden, volgen we eerst een strikt veiligheidsen hygiëneprotocol. Handen worden gedesinfecteerd, schoenen gereinigd en voorzien van overschoenen. Ook krijgen we een beschermend pak aan. Virusvrij werken begint immers bij het voorkomen van besmettingen van buitenaf. Eenmaal in de kas valt op hoe schoon en strak georganiseerd de kas eruitziet. De teelt staat in bakken, de logistiek is zorgvuldig uitgewerkt en iedere handeling volgt vaste protocollen. Die werkwijze is essentieel. Het bedrijf kweekt uitsluitend virusvrij uitgangsmateriaal voor derden en werkt voor ongeveer tachtig klanten verspreid over heel Nederland.
Meer dan alleen een product
De vraag naar virusvrij uitgangsmateriaal groeit al jaren. Waar klanten vroeger vooral een product afnamen, kiezen steeds meer bedrijven voor een vast virusvrij programma. Virusvrij besmet virusvrij niet. Daarnaast vermeerdert het beter en beperk je risico’s. Freddie vervolgt: “Onze dienstverlening is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Waar we vroeger vooral een product leverden, ontzorgen we klanten nu van begin tot eind. We zeven de bollen uit, schonen ze na, verzorgen een deel van de bewaring en denken mee over virusvrije programma’s.”
Trots op het team
Naast de teelt spreekt Freddie met veel waardering over haar medewerkers. Het bedrijf werkt het grootste deel van het jaar met een vaste ploeg van twintig tot vijfentwintig seizoensmedewerkers. “We werken met strikte hygiëneprotocollen en hebben meer dan duizend partijen van ongeveer tachtig klanten door elkaar staan. Dan is het ongelooflijk belangrijk dat mensen precies weten wat ze doen.” Veel medewerkers keren ieder jaar terug. “Daar ben ik echt trots op. Zij kennen de werkwijze, begrijpen de protocollen en weten precies hoe we werken.”
Bouwen aan de toekomst
Voor de toekomst ziet Freddie volop kansen. De vraag naar virusvrij uitgangsmateriaal blijft groeien en klanten hechten steeds meer waarde aan kwaliteit en risicobeheersing. Uitdagingen zijn er ook. Potgrond wordt schaarser, arbeid blijft een aandachtspunt en ziektebeheersing vraagt blijvende aandacht. Juist daarom waardeert zij de samenwerking met Arjo van den Berg, teeltspecialist bij Agrifirm-GMN. “Hij begrijpt precies waar wij tegenaan lopen. Omdat wij uitsluitend voor derden materiaal opkweken, kunnen wij niet zomaar allerlei proeven doen. Dan is die kennis heel waardevol.”
Hoe ziet het bedrijf er over tien jaar uit? Volgens Freddie blijft de basis hetzelfde. “Ik hoop dat we vooruitstrevend en toonaangevend blijven in wat we doen.” Haar boodschap aan jonge vrouwen die twijfelen over een toekomst in de sector? “Als de interesse er is, ga ervoor. Ik hoop vooral dat het ooit normaal wordt dat ook de dochter een optie is. Dat het geen bijzonder verhaal meer hoeft te zijn.” Na ruim anderhalf uur praten blijft vooral de passie van Freddie voor het vak hangen. Wat begon als interesse in ondernemerschap groeide uit tot een grote liefde voor de teelt. Met diezelfde gedrevenheid bouwt ze verder aan het familiebedrijf dat haar overgrootvader bijna negentig jaar geleden begon.
Dit artikel komt uit de Bol & Teelt 2026, uitgave 3.