Bijna vier jaar Fieldlab Bol in het Noordelijk Zandgebied
30 okt. 2026Hoe kunnen we nog bloembollen blijven telen als de wereld om ons heen snel verandert? Wat moeten we als teeltondernemers dan doen of juist laten om gezond te kunnen blijven ondernemen én om te voldoen aan de eisen op het gebied van duurzaamheid? Binnen Fieldlab Bol werken ondernemende telers uit het Noordelijk Zandgebied sinds 2022 samen aan het vinden van antwoord op die vragen.
Ondernemende jonge telers leren van elkaar
Jeroen Onderwater, teeltspecialist bloembollen bij Agrifirm-GMN, was in 2022 bij de start van Fieldlab Bol betrokken als kwartiermaker. In 2023 gaf hij het ‘aanjaagstokje’ over aan Rob Brekelmans, sindsdien projectleider van Fieldlab. Jeroen: “Deze groep telers in het Noordelijk Zandgebied wil actief innoveren en investeren omdat zij onderkennen dat de wereld verandert.” Rob: “Ze staan open om van elkaar te leren bij het ontwikkelen van technieken en werkmethoden voor een duurzame bloembollenteelt. Die onderlinge openheid en transparantie helpen om de transitie naar een duurzame bloementeelt te versnellen. Deze bollentelers hebben een langetermijnvisie, dat zit in hun dna. Als ze dat niet zouden hebben, dan waren ze immers al lang gestopt.”
Telers passen beschikbare kennis praktisch toe
Inmiddels is vanuit eerdere onderzoeken veel kennis beschikbaar over duurzaam telen, onder andere vanuit het Bloembollen Expertisecentrum van Agrifirm-GMN. Onkruidbeheersing, schimmel- en virusbeheersing, fertigatie en bodemkwaliteit zijn belangrijke onderzoekspijlers. Maar hoe werkt dit in de praktijk?
Proeven met precisietechnieken, doorontwikkeling lasertechnieken
Rob: “Deelnemers binnen Fieldlab Bol investeren in precisietechnieken om het onkruid te beheersen in de beddenteelt. Het meest passend in ons teeltsysteem lijkt de toepassing van lasertechnieken zoals die van Carbon Robotics en TOR
(autonome wiedrobot). We kijken ook naar het inzetten van spotsprayers zoals de KilterAX-1 of Ecorobotics. Ik verwacht dat de nieuwe technieken een plek zullen krijgen binnen een geïntegreerd systeem, dus in combinatie met herbiciden. In de calla- en lelieteelt zien we dat al gebeuren. Zelfs het werken met mechanische technieken of het inzetten van electrowieders zullen een deeloplossing zijn in de rijpaden of in gewassen waar rijenteelt mogelijk kan zijn.”
Testen met beheersing schimmelziekten en virussen
Andere beheersuitdagingen, naast de onkruiden, zijn de schimmels en virussen. Jeroen: “Insecticiden worden nu nog vaak gebruikt om bladluis af te weren, de belangrijkste virusoverdrager. Met de beperking van de middelen, zijn andere oplossingen nodig. Agrifirm heeft daarnaar al veel onderzoek gedaan en doet dit nog steeds. Voorbeelden zijn het luizenvlucht-voorspellingsmodel en het botrytis voorspellingsmodel bij de tulp en lelie.” Rob: “De waarde van Fieldlab Bol is om die kennis in de praktijk te toetsen. En niet zomaar één keer, nee heel veel testen is nodig. Op basis van één jaar testen kun je binnen de bollenteelt immers geen conclusies trekken. Een jaar is geen jaar. Of iets werkt, weet je pas over enkele jaren. En wat bij de ene teler werkt, werkt niet voor de ander. Het vergt maatwerk, waarbij de telers zelf de beslissingen nemen. Dat kan ook niet anders, want we zijn geen corporate onderneming maar een werkveld waar de diversiteit en complexiteit enorm zijn. Als je alleen al bedenkt dat er meer dan duizend soorten tulpen zijn, dan snap je dat wat voor de ene teler geldt, niet automatisch voor de andere teler geldt. Nog los van de bodemkwaliteit en al die andere uitdagingen waar een individuele ondernemer voor staat.”
Fieldlab Bol ondersteunt en verbindt individuele ondernemers
Rob: “Over de uitkomsten en ervaringen praten de telers binnen Fieldlab Bol veel met elkaar. Zo werken telers aan het reduceren van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn er een paar die daarmee heel ver gaan, met name in de lelieteelt. Dit met een aantal rassen die robuust te telen zijn. Zij vertrouwen op alleen het gebruik van minerale olie, dus volledig zonder fungiciden en insecticiden. Dit is nog experimenteel en behoeft meer herhaling. Met een laag viruspercentage in de partijen zien ze dat alleen het gebruik van minerale olie al een goede basis biedt. Ook het verlagen van schimmelbestrijders lukt, al blijft dat weersafhankelijk.”
Verbinding tussen diverse regionale initiatieven
Rob: “In de afgelopen jaren heb ik de transparantie, de dialogen en collegialiteit tussen telers zien groeien met Fieldlab Bol als aanjager. Binnen de regio ontstaat er ook steeds meer interesse bij andere telers om met overkoepelende thema’s aan de slag te gaan zoals met emissie en bodemkwaliteit. Er is daarom inmiddels een tweede groep Fieldlab Bol opgericht. Ook in andere delen van het land zijn er vergelijkbare initiatieven. Onder de vlag van Toekomst Bollenvak verbinden we deze regionale initiatieven met elkaar. Zo versterken we elkaar en versnellen we de verduurzaming van de Er ontstaat structuur met behoud van regionaliteit.”
Transparantie en collegialiteit binnen Fieldlab Bol
Jeroen: “De overtuiging groeit dat het echt anders kan. Ontwikkel door, is wat ik mee wil geven.” Rob: “De telers leren van elkaar. Ze zijn in hoge mate bereid om samen te werken om er niet alleen voor te staan bij de uitdaging om op een groenere manier te telen. De openheid helpt om te versnellen. Verandering is de motor van transitie en dat proces verloopt via mensen, waarbij het de individuele teler is die de keuze maakt om te innoveren en investeren. De beschikbare kennis is daaraan ondersteunend.”
Samen investeren
De uren die deze telers stoppen in het praktisch toepassen van allerlei beschikbare kennis, wordt voor 40% vergoed vanuit het Europees Fonds voor Regionale ondersteuning 60% investeren de deelnemende telers zelf. Ook wordt het project gedragen (Efro). De resterende door de Provincie Noord-Holland. Bekijk de deelnemende telers en stakeholders op www.fieldlabbol.nl.
Dit artikel komt uit de Bol & Teelt 2026, uitgave 3.