Orius als natuurlijke vijand van trips in gladiolen
26 jun. 2026Het is een hete ochtend als we het perceel van gladiolenteler Van den Boomen oplopen. Rijen vol gladiolen strekken zich uit zover je kijkt. Tussen de bedden zijn op verschillende plekken stroken met laagbloeiende, witte lobularia aangelegd, verspreid over het perceel.
Teeltadviseur Henk Ritter wacht al tussen het gewas. Hij loopt vooruit en buigt zich over een paar planten. “Kijk hier eens,” zegt hij. “Dit zijn trips.”
Trips is een bekende plaag in de gladioolteelt. De kleine insecten zuigen aan het blad en veroorzaken zilverachtige vlekken. Bij hogere druk leidt dat tot groeischade en kwaliteitsverlies in de bloem. Het probleem wordt groter nu het middelenpakket aan gewasbescherming afneemt. “Spuiten alleen gaat het straks niet meer oplossen,” zegt Henk. “Dus moeten we naar andere systemen.”
Bloemenstroken als basis
Hij wijst naar de strook lobularia naast ons. Op het eerste gezicht lijkt het een simpele bloemenrij. Maar juist daar zit de basis van het systeem. “Hier leeft het,” zegt Henk. “Hier zitten de orius.”
Orius is een kleine roofwants die jaagt op trips. Zowel de larven als de volwassen dieren eten trips, waardoor ze een sterke rol spelen in de bestrijding. Om zich goed te ontwikkelen hebben ze meer nodig dan alleen trips. Stuifmeel en nectar zijn essentieel, die vinden ze niet in gladiolen maar wel in deze bloemenstroken.
We lopen een paar meter verder. Henk pakt een paar planten vast, eerst uit een rij direct naast de lobularia, daarna een plant van een paar rijen verderop. Het verschil is direct zichtbaar. De planten naast de strook met loburia zijn onbeschadigd. Even verderop zijn duidelijk zilverachtige beschadigingen te zien. “Zie je het verschil?” zegt hij. “Hier doet het systeem zijn werk.”
Vroeg beginnen is cruciaal
De kracht van deze aanpak zit in de timing. Orius wordt niet pas uitgezet als er trips is, maar juist daarvoor. “We zetten orius er al op voordat we echt trips zien,” vertelt Henk. “Die beestjes moeten zich eerst opbouwen. Want als de trips er eenmaal zitten, dan ben je eigenlijk te laat.”
Hij wijst naar de stroken met lobularia. “Hier kunnen ze zich ontwikkelen, van daaruit gaan ze het gewas in.” Dat vraagt om een andere manier van werken. Niet reageren, maar vooruitdenken. Zeker omdat trips zich bij warm weer razendsnel kunnen ontwikkelen.
Zo werkt het in de praktijk
Het systeem start met het aanleggen van de bloemenstroken. Tussen de gladiolen worden op vaste afstanden banen lobularia geplant. Op dit perceel liggen meerdere stroken verdeeld over het veld van enkele hectares. De exacte afstand is nog onderwerp van optimalisatie.
Daarna volgt het uitzetten van orius. Dit gebeurt in twee momenten. De eerste keer om de populatie op gang te brengen. De tweede keer om deze te versterken. De roofwantsen worden met een speciale machine over het gewas verdeeld. In die machine worden ze in een dragerluchtstroom meegenomen en over het perceel verspreid, zodat ze zich snel kunnen vestigen in de bloemenstroken. “Dat moet je goed plannen,” zegt Henk. “Timing is alles. En ook het weer speelt mee.”
Sterke resultaten in de praktijk
Voor Van den Boomen is dit inmiddels het tweede jaar dat zij met deze aanpak werken. Het project wordt ondersteund door een innovatiesubsidie voor landbouw in Brabant, met een looptijd van drie jaar. Die subsidie maakt het mogelijk om het systeem goed te testen en door te ontwikkelen. De resultaten zijn veelbelovend. “Vorig jaar was het verschil echt enorm,” vertelt Henk. “Beter dan wat we met spuiten haalden.”
Ook dit jaar zien de resultaten er tot nu toe goed uit. Al blijft het zoeken naar de perfecte uitvoering. De afstand tussen de stroken, het moment van uitzetten en de weersomstandigheden hebben allemaal invloed.
Andere afweging in kosten en aanpak
De inzet van orius en loburia brengt wel kosten met zich mee. Dat kan een drempel zijn. Tegelijk wordt de keuze steeds minder vrijblijvend. Veel middelen verdwijnen en de druk om duurzamer te telen neemt toe. Bovendien kunnen trips grote schade veroorzaken. Dat maakt dat telers breder gaan kijken dan alleen de kosten per hectare.
De subsidie helpt daarbij. Die verlaagt de drempel om te starten en ervaring op te doen. “Het is slim om daar als teler ook zelf naar te kijken,” zegt Henk. “Er zijn regelingen die je echt verder helpen.”
Zichtbaar verschil op het veld
Terwijl we het perceel verlaten, blijft het beeld hangen. Grote oppervlakken gladiolen, doorsneden met bloeiende stroken en het contrast tussen planten met en zonder schade.
De combinatie van lobularia en orius laat zien wat er mogelijk is. Deze aanpak biedt perspectief. Voor een betere beheersing van trips én voor een toekomst waarin de teelt minder afhankelijk is van chemie.