Oliver mechanische onkruidbeheersing | Veelbelovende nieuwe techniek

20 aug. 2023

Door minder beschikbare chemische middelen krijgen bollentelers meer problemen om onkruiden voldoende te beheersen. Daarom kijkt Agrifirm-GMN met veel belangstelling naar andere, niet chemische, mogelijkheden en middelen. De nieuwe lijn mechanische machines van Oliver, geïntroduceerd door importeur van landbouwmachines W.N Kramer (Burgerbrug) trok dit voorjaar onze aandacht.

W.N Kramer bestaat ruim 60 jaar en is begonnen door Irene’s vader. Naast een regionale functie als mechanisatiebedrijf, heeft het bedrijf zich verder ontwikkeld als importeur van machines. Irene Kramer: “Als importeur richten we ons meer en meer op bodembewerking en bodemgezondheid. Daarin zijn we pro-actief. Mijn collega Jeffrey Mak en ik struinen regelmatig het internet af op zoek naar nieuwe machines en technologie die kunnen bijdragen aan een betere biologie en een duurzame teelt. Ik word daarbij altijd getriggerd door vindingen die een probleem op een andere manier benaderen. Oliver doet dat met hun machines voor onkruidbeheersing.”

IMG_7755.JPG IMG_6918.JPG

Wat maakt Oliver mechanische onkruidbeheersing anders?

Irene: “Het is een andere benadering dan het standaard schoffelen dat we al jaren kennen. Het werkt met rotors (niet aangedreven) die zich links en rechts van de planten bewegen beter dan met het gebruikelijke schoffelen. Hierdoor kan de machine rondom de plant tot wel 90 procent van de onkruiden beheersen. We doen dit jaar proeven in tal van gewassen zowel in de akkerbouw, tuinbouw en bollenteelt. We merken dat telers een bepaalde angst hebben dat de plant in de rij beschadigd wordt, maar we zien dat dit niet of nauwelijks gebeurt. Enorm belangrijk is om vroeg te beginnen. Als onkruiden nog klein zijn, eigenlijk nog niet of nauwelijks zichtbaar. Dan blijf je problemen voor. Een bijkomend voordeel is een eventuele korst die wordt gebroken. Dat brengt lucht en zuurstof in de grond en ook dat is goed voor de plant.”

Breed inzetbaar

De basis van deze technologie wordt gevormd door rotors die op diverse manieren kunnen worden afgesteld afhankelijk van de stand van het gewas. Zo kan de onkruidbeheersing in het pad of tussen de rijen rondom de planten altijd worden geoptimaliseerd. Ook is er een variant met schijven. Voor een optimale werking is het essentieel dat er met name bij een bewerking in de rij zo vroeg mogelijk wordt gestart. Beginnen met schoffelen kan al als de cultuurplant nog klein is en vast in de bodem staat. Dan kom je makkelijk dicht bij de plant. Oliver machines zijn er in verschillende uitvoeringen en inzetbaar in een brede range teelten.

Toekomst Oliver

Irene daarover: “Deze techniek is nieuw in Nederland. Maar in de ons omringende landen wordt het al breder toegepast. Wij willen er dit jaar zo veel mogelijk ervaring mee opdoen. In de bollenteelt hebben we zowel testen gedaan in het pad als tussen de rijen. We krijgen van telers positieve reacties terug. Ik verwacht dat Oliver mechanische onkruidbeheersing in 2024 op meerdere plekken in de praktijk gaat worden toegepast. Het is een machine met veel potentie. Daarvan ben ik overtuigd.”

Jan Willem Apeldoorn (Apeldoorn Bloembollen, pilot in tulpen)

“Problemen met onkruiden worden steeds groter. Ik neem deel aan Fieldlab en hoorde van Irene Kramer over mogelijkheden om op de randen van het pad mechanische onkruidbeheersing toe te passen. Voor mij was dat reden om al dit voorjaar een pilot te doen. Wij hebben het toegepast in de paden om vooral kiemende onkruiden aan te pakken. Ik ben tevreden over het resultaat. Je moet wel alert blijven op de bedopbouw. Dat kan door de machine goed in te stellen. Ik zie het dan ook als een welkome aanvulling. In de tulpenteelt zie ik goede kansen voor toepassing in de paden. Het werkt het beste op kiemende onkruiden tot het driebladstadium. Op het bed wordt dat lastiger, dan zullen we ons teeltsysteem moeten gaan aanpassen. Dat doe je natuurlijk niet zomaar.”

Alex van Haaster (Kapiteyn, pilot in calla)

“Via Jan Willem Apeldoorn kwamen we in contact met deze techniek. Ik heb daarna contact opgenomen met Irene Kramer en zij nodigde me uit bij een proef in de rijenteelt van sla. Ik was vooral benieuwd of de plantjes beschadigd zouden raken, want calla wordt net als sla ook op regels geteeld. Ik zag niet of nauwelijks schade. Daarom besloten we in mei een proef te doen. Ik schat dat de planten tussen de 3 en 8 cm hoog waren. Het ging heel goed. Ik zag geen schade. Ik denk dat deze machine een goede aanvulling kan zijn op het huidige middelenpakket. Door vroeg te beginnen en de behandeling te herhalen. Ik ben enthousiast en wil komend jaar zeker meer ervaring opdoen.”

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw specialist of bellen naar T 088 4747 000.