Agrifirm‑GMN informeert exporteurs over de nieuwste inzichten in galmijtbeheersing, bolbehandeling, ULO en ethyleen

24 mrt. 2026

Waar Agrifirm‑GMN telers regelmatig bijpraat over de nieuwste onderzoeksresultaten rond galmijt, gebeurt dit richting exporteurs minder vanzelfsprekend. Terwijl juist in de exportketen veel vragen leven over galmijtbeheersing. Galmijt is immers een ketenprobleem: wat bij de teler gebeurt, heeft direct gevolgen voor de export. Daarom organiseerde Agrifirm‑GMN in 2025 al een bijeenkomst voor exporteurs. Vanwege de grote belangstelling én nieuwe onderzoeksresultaten volgde op 12 maart 2026 een vervolgsessie. Tijdens deze middag stonden de nieuwste inzichten over bolbehandeling, ULO en ethyleen centraal. 

Bolbehandeling bij galmijt: effectieve methoden, maar met aandachtspunten

Gerbrant Schilder gaf een overzicht van de onderzoeken naar galmijt van de afgelopen jaren. Zijn belangrijkste boodschap: de middelen die een aantoonbare werking hebben tegen galmijt zijn contactmiddelen. Dat betekent dat bollen nat gemaakt moeten worden, via dompelen, vernevelen of schuimen.

Gerbrant vertelt: “Contactmiddelen werken goed tegen galmijt, maar alleen als de toepassing klopt. Het nat maken van bollen brengt altijd een risico met zich mee.” In proeven én in de praktijk leidt dit regelmatig tot extra fusariumdruk. Ook zorgt een goed werkend middel bijna altijd voor residu. Bij zwavel is dat het duidelijkst zichtbaar. Vanuit de zaal werd bevestigd dat er partijen bollen waren die vanwege residu niet geschikt waren voor export.

Deze inzichten waren voor Agrifirm‑GMN aanleiding om, naast middelenonderzoek, ook intensief onderzoek te doen naar alternatieve technieken voor galmijtbeheersing, waaronder ULO (Ultra Low Oxygen).

ULO‑onderzoek: veilige toepassing in de strijd tegen galmijt

Arjen Bakker presenteerde de laatste resultaten van het meerjarige ULO‑onderzoek dat Agrifirm‑GMN samen met Besseling Group uitvoert. De focus van dit onderzoek ligt op de veiligheid van de behandeling voor de bol. De werking tegen galmijt is eerder al aangetoond door de WUR.

Op bollen van het Zuidelijk Halfrond werd nauwkeurig het stadium gevolgd. Zodra stadium 1 werd bereikt, zijn twee ULO‑behandelingen uitgevoerd, doorlopend tot stadium G. Zowel plantgoed als leverbare bollen zijn beoordeeld op groei en broei. De uitkomst is eenduidig: ULO is veilig toe te passen zonder schade aan bol, groei of broeikwaliteit. “Onze proeven laten zien dat ULO veilig is én goed toepasbaar. Maar na de behandeling blijft alertheid op galmijt belangrijk.” aldus Arjen.

Een belangrijk aandachtspunt in het kader van galmijtbeheersing is wel dat bollen na een ULO‑behandeling opnieuw vatbaar zijn voor infectie. Een goed behandelplan blijft dus noodzakelijk. Zo blijkt uit onderzoek dat ethyleenproductie onder 1% zuurstof doorgaat. Het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben.

Ethyleen en galmijt: risico’s en bescherming

Henk Gude, voormalig onderzoeker bij de WUR, gaf een bevlogen opfriscursus over ethyleen. Gepensioneerd, maar nog steeds vol passie nam Henk de aanwezigen mee in de feiten rond ethyleen. Ethyleen is een natuurlijk plantenhormoon dat essentieel is voor de ontwikkeling van de bol. Onder omstandigheden met te weinig ventilatie en zeker in combinatie met fusarium kan de ethyleenproductie tijdens opslag snel oplopen en leiden tot schade. De effecten zijn duidelijk herkenbaar: gomvorming, crème verkleuring, bloemverdroging en overmatige verklistering. Omdat cultivars sterk verschillen in hun ethyleenproductie, kunnen risicovolle situaties sneller ontstaan dan verwacht. Dit werd bevestigd door aanwezigen in de zaal, zij herkenden schadebeelden die achteraf bleken te zijn veroorzaakt door hoge ethyleenwaarden, niet door galmijt. “Veel schadebeelden worden nog steeds aan galmijt gekoppeld, terwijl ethyleen de oorzaak blijkt. Dat onderscheid is cruciaal.” aldus Henk.


Ethylbloc: bescherming tijdens ULO en belangrijk bij galmijtbeheersing

Na de uitleg over ethyleen ging Henk Gude dieper in op de bescherming die ethyleenblocker Ethylbloc kan bieden. Met een demonstratiefilmpje liet hij zien hoe de werkzame stof 1‑MCP voorkomt dat ethyleen zich kan binden aan de receptoren in de bol. Daardoor kan ethyleen, zelfs in hoge concentraties, geen schade meer veroorzaken.

Met de opkomst van technieken zoals ULO en CATT, waarbij cellen tijdens de behandeling niet geventileerd kunnen worden, wordt die bescherming steeds belangrijker.

Gerbrant Schilder lichtte toe hoe Agrifirm‑GMN de toepassing van Ethylbloc praktisch heeft ingericht. Omdat tijdens een ULO‑behandeling niemand de cel in kan, wordt met een dispenser gewerkt die het middel automatisch activeert zodra de cel 1% zuurstof bereikt. Vanaf dat moment is er geen ventilatie meer en stijgt de ethyleenconcentratie snel. Dankzij de snelle werking van Ethylbloc worden de bollen precies op tijd beschermd.

Deze aanpak draagt direct bij aan behoud van kwaliteit én voorkomt dat schade door ethyleen wordt verward met schade door galmijt, iets wat in de praktijk nog regelmatig gebeurt.

Galmijtbeheersing in de praktijk: zo bouwen we samen aan zekerheid

Het aantal bedrijven met ULO‑faciliteiten groeit snel: van tien vorig seizoen naar ruim veertig komend jaar. De resultaten zijn positief, vooral wanneer ULO wordt gecombineerd met Ethylbloc. Tegelijk blijft een zorgvuldige uitvoering essentieel voor effectieve galmijtbeheersing.

De bijeenkomst werd goed bezocht en leidde tot veel herkenning uit de praktijk. Exporteurs gaven aan dat de combinatie van onderzoeksresultaten, praktijkervaringen en concrete adviezen helpt om beter grip te krijgen op galmijt en de kwaliteit van tulpen te borgen.

Tijdens deze sessie bracht Agrifirm‑GMN de belangrijkste ontwikkelingen samen voor exporteurs. Met duidelijke kennis en praktische adviezen helpen we de keten vooruit, met minder risico’s en meer zekerheid in de beheersing van galmijt.

Meer weten over Galmijtbeheersing en de toepassing van ULO en Ethylbloc?

Heeft u vragen over galmijtbeheersing of de toepassing van ULO en Ethylbloc? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw adviseur of bellen naar 088-4747000.