Expertisecentrum Bloembollenteelt in een nieuwe fase

06 apr. 2021

Afgelopen jaar, na het samengaan tussen Agrifirm en GMN kreeg de bestaande proeftuin de nieuwe naam Expertisecentrum Bloembollenteelt. Onder deze naam worden proeven en experimenten de komende jaren verder uitgebreid en uitgebouwd. 

De bloembollenteelt in Nederland is circa 20.000 ha groot. Vergelijk je dat met akkerbouw of met de melkveehouderij, dan is dat een relatief klein areaal. Tegelijkertijd is de Nederlandse bloembollenteelt wereldwijd trendsettend en zeer kapitaalsintensief. Een belangrijke sector dus. Om de sector toekomstbestendig te houden, is onderzoek van groot belang. Bijvoorbeeld om nieuwe middelen toegelaten te krijgen tegen ziekten, plagen en onkruiden. Maar ook voor onderzoek naar bemesting, het optimaliseren van het bodemleven en het inzetten van biostimulanten. Het Expertisecentrum Bloembollenteelt is op al deze terreinen actief. Thijs Wester en Roos de Wit vertellen er graag over.

 

Kennis is ons belangrijkste doel

“Als ik het mag samenvatten wat ons belangrijkste doel is?”, begint Thijs, “dan is dat het opbouwen van kennis. Kennis die we vervolgens beschikbaar stellen aan de teeltadviseurs en de klanten van Agrifirm-GMN.

Nieuwe teeltoplossingen

De kern van al dit onderzoek is om bestaande middelen zo effectief mogelijk in te zetten en waar mogelijk nieuwe middelen toegang te geven tot de markt. Dat beperkt zich al lang niet meer tot
alleen chemie. Steeds meer worden biostimulanten, basisstoffen en biologie betrokken bij het onderzoek. Roos daarover: “We hebben minder chemie tot onze beschikking en daarom moeten we zoeken naar alternatieven. Die zijn er, maar van veel producten is nog weinig bekend. Dit geldt mogelijk nog meer voor toepassingen in de bloembollenteelt. Onze taak is om de beste middelen eruit te filteren. Dat doe je niet eventjes. Daar is vaak jarenlang onderzoek voor nodig, ook omdat de omstandigheden van jaar tot jaar enorm kunnen verschillen.”

Direct naar de praktijk

Het onderzoek door het Expertisecentrum Bloembollenteelt is heel praktijkgericht. Er liggen proeven in de eigen proeftuinen, maar ook bij kwekers is het veld. Vaak worden proeven opgesteld op basis van problemen waar een kweker tegenaan loopt: Thijs: “Dan komt een adviseur naar ons toe met een specifieke vraag en wij kijken dan of er mogelijkheden zijn. De lijnen zijn dus superkort.” Die korte lijnen gelden ook voor de uitkomsten van het onderzoek. Resultaten worden aangeleverd bij de adviseurs die er daarna, in het veld bij de klant, hun voordeel mee doen. Dat kwekers betrokken zijn, blijkt vooral ook uit het bezoek aan de open dagen en demodagen. “Dat was dit jaar wat anders dan we gewend zijn,” merkt Roos op. “Door corona kwamen kwekers meer op uitnodiging. Ik vond dat heel goed gaan met veel ruimte voor persoonlijke gesprekken. Maar natuurlijk heb ik ook de gezelligheid en het netwerken tijdens de open dagen gemist. Daar kijk ik echt weer naar uit.”

Kennis bouwt het Expertisecentrum Bloembollenteelt op met een breed programma aan proeven gericht op:

Middelen onderzoek (toelatingen)
In opdracht van fabrikanten wordt toelatingsonderzoek verricht. Het Expertisecentrum Bloembollenteelt is hiervoor GEP- en TNG-gecertificeerd. Daarnaast richt onderzoek zich op KUG-toelatingen, vooral belangrijk voor kleine teelten.

Demo onderzoek
Dit is vooral onderzoek naar specifieke problemen zoals Fusarium, Botrytis, onkruidbestrijding en virusoverdracht. In de proeven worden middelen en doseringen met elkaar vergeleken. 

Onderzoek toepassingstechnieken
De juiste toepassingstechniek is belangrijk bij zowel dosering als effectiviteit. Een voorbeeld is bolbehandeling.

Prioriteiten in 2021

Een speerpunt is de vervanging van mancozeb dat in 2021 voor het laatst mag worden gebruikt. Elke kweker kent het grote belang van dit product en ervaart het gemis ervan. Daarom heeft dat dit
jaar echt de allergrootste prioriteit. Ook op het terrein van onkruidbestrijding worden in 2021 tal van proeven aangelegd. Het middelenpakket wordt steeds smaller. Dat opvangen vraagt om een creatieve en innovatieve aanpak.

De drijvende krachten van het Expertisecentrum Bloembollenteelt



Thijs Wester
Zoon van een bloembollenteler studeerde aan de HAS in Den Bosch Sier- en voedingstuinbouw. Na een aantal jaren op het eigen bedrijf maakte hij in 2006 de keuze voor zijn passie: het doen van onderzoek.

Roos de Wit
Studeerde eveneens in Den Bosch (Research en innovatie) en deed onderzoekservaring op in de VS binnen het flower bulb research program. Sinds 2017 werkt zij bij het Expertisecentrum Bloembollenteelt.

 

Dit artikel komt uit 'Bol&Teelt', het nieuwe magazine voor leden van de coöperatie. Meermaals per jaar ontvangen de leden van de coöperatie het magazine met inspiratie en voorbeelden op het gebied van coöperatief, innovatief en duurzaam ondernemen in de bollenteelt.

Ook interessant

20 apr. 2023

Tulpenroute Flevoland van start

16 april gaat Tulpenroute Flevoland van start. Komende weken kan iedereen genieten van de mooist gekleurde percelen in Flevoland. Al jaren is Agrifim-GMN trotse sponsor.

9 apr. 2021

Pioenroos: een teelt met flinke uitdagingen

De teelt van pioenrozen is meerjarig. Dat brengt extra uitdagingen met zich mee. Agrifirm-GMN is vanaf het begin betrokken bij de teelt en onderkent het belang van meer kennis en onderzoek.

8 apr. 2021

Mulder kiest voor GMN Crop

Het GMN Crop teeltregistratiesysteem is samen met telers ontwikkeld voor de bloembollenteelt. Optimaal afgestemd op wat telers vragen.